Het verhaal van OBS Tuindorp

In 2021 vonden we de eerste Klassewerkplek in de provincie Utrecht. Zo snel mogelijk gingen we in gesprek met Lotte Bakker, de schoolleider van OBS Tuindorp, want we waren heel benieuwd naar het verhaal achter het hoge werkgeluk. Lotte vertelde haar verhaal aan de hand van een interessante tijdlijn, waaruit bleek dat ze het traject naar meer werkgeluk al twee jaar geleden met het hele team hadden ingezet.

Allereerst natuurlijk gefeliciteerd met de uitverkiezing tot Klassewerkplek! Kun je uitleggen waarom het werkgeluk onder leerkrachten op jullie school zo groot is?

Twee jaar geleden hebben we als team een beweging ingezet waarbij we weg wilden sturen van verhalen over werkdruk. Ook bij ons werd die ervaren, en in de media ging het er natuurlijk ook veel over. Zeker in die periode met die stakingen. We zijn toen gestart met een aanpak met als credo “Van ruimte naar werkplezier”.

Als team zijn we aan de slag gegaan met de vraag: Waar staan we voor en waar gaan we voor? Er wordt zoveel op het onderwijs afgevuurd: we moeten ons bezig houden met duurzame initiatieven, ontbijtles, tandenpoetsles, pannenkoekendag, noem het maar op. Allemaal goed en nuttige dingen, maar zo is er elke week wel iets wat naast het dagelijkse onderwijs aandacht behoeft. Er was focus nodig, focus op wat OBS Tuindorp echt belangrijk vindt.

Wat draagt bij aan onze ambitie en wat niet? Waar kunnen we mee stoppen? Werken aan het creëren van ruimte. Letterlijk ruimte, in het gebouw en de omgeving én mentale ruimte, in de hoofden van de leerkrachten.

We zijn rigoureus gaan opruimen, om ruimte te maken in de hoofden, het werd bijna een soort teambuilding-activiteit. Vervolgens zagen we de school opgeruimder worden, en daarmee rustiger.

Wat begon als een beweging die vooral voortkwam uit een behoefte aan ruimte en focus eindigde in een beweging waarbij mensen zich weer gingen afvragen ‘Waarom doen we het eigenlijk zo?’ En kan het ook anders? Het gesprek ging weer over onderwijs en niet over werkdruk.

Leerkrachten hebben hun professionele ruimte terug, ze durven nee te zeggen en kiezen ervoor om de dingen die we doen, héél goed te doen. En dat lukt niet als je teveel tegelijk wil. Dus wat we nu doen, doen we héél goed in plaats van héél veel dingen een beetje goed.

Hoe heeft deze aanpak invloed gehad op jullie manier van organiseren?

We zijn als team verder opzoek gegaan naar nieuwe mogelijkheden om ‘meer werkplezier’ te creëren.

Tijdens één van die stakingsdagen zijn we op creatieve manieren aan de slag gegaan met het vraagstuk ‘Hoe kunnen we het onderwijs anders organiseren, met minder leerkrachten zonder daarbij in te leveren op de kwaliteit’.

De uitkomst: het onderwijs anders inrichten, zodat we flexibeler zijn met de inzet van personeel. En meer gebruik maken van elkaars talenten door nog intensiever samen te werken.

Ondanks dat er veel verschillende ideeën waren kwam in ieder idee hetzelfde naar voren: het isolement van de leerkracht doorbreken. Niet meer een leerkracht is verantwoordelijk voor een klas met kinderen, maar meerdere leerkrachten (of medewerkers) dragen de verantwoordelijkheid voor een groep leerlingen. Een schoolorganisatie waarbij samenwerken, eigenaarschap en leren van en met elkaar centraal staan.

Ieder leerjaar bestaat bij ons uit twee groepen. De eerste stap was het formeren van teams per leerjaar. Dus in plaats van één leerkracht op groep 3a en één op 3b, hebben we nu een team van leerkrachten (en onderwijsassistenten en leerkrachtondersteuners) op één groep 3.

Voor de kinderen betekent het dat ze in contact met leerkrachten en leerlingen uit het hele leerjaar. Naast dat het de sociale omgeving van het kind verrijkt is het ook een voordeel dat de leerkrachten alle kinderen kennen. De verantwoordelijkheid van de kinderen rust minder bij één leerkracht en ze zijn meer betrokken bij elkaars kinderen. Ze kunnen met elkaar sparren: er zijn meerdere ogen en oren betrokken zijn bij de ontwikkeling van uw kind. Leerkrachten ervaren meer ruimte voor onderwijs op maat en hebben meer tijd om hun onderwijs voor te bereiden doordat ze de taken kunnen verdelen. Ze versterken elkaar, werken nauwer samen en dit komt zeker ten goede van de leerlingen.

Daarbij kunnen we de (grotere) groep steeds indelen op manieren die past bij iedere situatie. Doordat er meer handen en ogen zijn in de klas zijn leerkrachten beter in staat te differentiëren (instructie, niveau, aanpak) en kunnen beter in gaan op onderwijs en ondersteuningsbehoeften van de leerlingen. Door bijvoorbeeld met gym en drama de parallelgroepen te mixen en de kinderen over leerkrachten én vakleerkrachten verdeeld worden, zijn de groepen kleiner en is er meer aandacht voor het kind. Door te werken met verschillende subgroepen krijgen kinderen de kans om een andere rol aan te nemen binnen de groep en nieuwe contacten aan te gaan. Daarnaast kunnen er vriendschappen ontstaan tussen de parallelgroepen en wordt de sociale omgeving van het kind uitgebreid. Bij deze aanpak hebben we veel gehad aan het boek van Ben van der Hilst (zie Kennisbank) over teamgericht organiseren.

Corona was in deze absoluut geen belemmering. We kwamen allemaal thuis te zitten, de een alleen, de ander met een gezin met kinderen. Men had elkaar echt nodig om samen het onderwijs voor te bereiden. Taken werden verdeeld en er werd continue onderling afgestemd, samenwerken groeide uit tot een vanzelfsprekendheid.

Welke lessen hebben jullie geleerd uit dit traject?

Met elkaar heeft het team ontdekt dat nadenken over hoe we het onderwijs anders kunnen organiseren niet betekent dat het hele schoolconcept plotseling omgegooid moet worden. Het kan al genoeg zijn om meer samen te werken, duidelijke prioriteiten te stellen en leerkrachten zo tijd te geven om lessen te maken en zich te verdiepen. En kleine stapjes kunnen al veel teweeg brengen, het is een mindset verandering, geen onderwijsvernieuwing. Daarmee kunnen we een inspiratie zijn voor andere scholen. Want ook al zijn daar misschien drempels die wij niet hebben, samenwerken kan iedereen.

Een voorwaarde om samenwerken en gedeelde verantwoordelijkheid te laten leiden tot een verlaging van de werkdruk is dat je allemaal voldoende tijd hebt met elkaar. Bij een “kleine baanomvang”, zoals Van der Hilst het noemt, kan dit lastig worden. Je bent dan te veel tijd kwijt met overdragen. De kracht zit juist in het samen les geven en continue afstemmen tussendoor. We merkten dat bij de mensen die drie dagen of nog minder werken. Dan mis je zoveel in het samenwerkingsproces dat het lastig is om goed aangehaakt te blijven. Mensen met een kleinere baanomvang krijgen dus in een team een meer ondersteunende rol.

Uit het Klassewerkplek-onderzoek weten we hoe belangrijk de rol van de schoolleider is voor het werkgeluk. Hoe zie jij je eigen rol daarin?

Het woord ruimte is een belangrijk handelskenmerk van mij. Fysieke ruimte, mentale ruimte maar ook ruimte in de vorm van vertrouwen en eigenaarschap. De ruimte is bepalend en nodigt uit hoe je mag doen of hoe je mag zijn. Naast de fysieke ruimte is er ook nog de mentale ruimte. Bij mij gaan deze twee hand in hand. Fysiek opruimen zorgt ook voor een opgeruimd hoofd. Dan ontstaat er weer ruimte om te denken.

Maar ruimte gaat ook over vertrouwen geven. Ik heb vertrouwen in de kennis die er is bij het team. Dat vertrouwen geef ik ze ook waar het mij lukt om mensen de ruimte te geven: ruimte geven te experimenteren en ruimte om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Ik beschouw mezelf dan ook vooral als een mensgerichte schoolleider. Ik vertrouw sterk op mijn empathische vermogens om mensen te leren kennen en te begrijpen wat ze van mij nodig hebben. Dat betekent dat ik de voorwaarden moet creëren van een omgeving waarbinnen mensen met de structuren kunnen experimenteren, feedback krijgen, regelmatig evalueren en op basis daarvan een volgende stap bepalen. Ik heb daarom geen kant en klaar veranderplan uitgewerkt, maar ‘zie hoe de hazen lopen’.

Daarmee geef ik ruimte aan onverwachte wendingen. Vanuit die rol probeer ik ook het “hitteschild” voor het team te zijn. Soms moet je doorhebben wanneer je even die beschermende schil moet zijn voor iemand, en wanneer je juist degene moet zijn die uitdaagt. Daarbij geloof ik in autonomie die versterkt wordt door duidelijke structuren, kaders en doelen. Ik denk graag mee, dat wel, maar in de kern zijn zij de experts en ik geef ze het vertrouwen om als expert te werken binnen onze school. En hier en daar probeer ik dus wat extra rust voor ze te creëren.

Kun je iets meer vertellen over die structuur en doelen? Zijn die ook gerelateerd aan onderwijskwaliteit?

Een belangrijk doel was de continuïteit en de kwaliteit van het onderwijs waarborgen. Door anders te organiseren zijn we als organisatie flexibeler als leerkrachten uitvallen of ziek zijn. De sterke samenwerking tussen leerkrachten, ondersteuners en stagiaires ervoor zorgt dat het dagprogramma voor de kinderen nagenoeg stabiel blijft. Het onderwijsteam kent de leerlingen en de werkwijze en kunnen daardoor onderling opvangen. In het afgelopen jaar hebben we in de praktijk kunnen ervaren hoe goed dit werkt.

Wij zien dat onze manier van werken bij draagt aan het verminderen van de kansenongelijkheid. Door als team op een groep samen te werken, is een kind minder afhankelijk van individuele kwaliteiten van één leerkracht. Je behoedt elkaar voor blinde vlekken of tunnelvisie. Er altijd een team beschikbaar waardoor de kans toeneemt dat het kind op de juiste manier geraakt wordt. Samen kom je verder en samen sta je sterker. Ook wanneer er soms lastige situaties zijn. Kritiek op één persoon is veel moeilijker te weerleggen dan op een team dat er samen goed over nagedacht heeft en er samen verantwoording voor durft te nemen. We streven dus in ons team naar diversiteit, erken de ongelijkheid (zie Kennisbank) Meer variaties in functies zorgt voor meer loopbaanmogelijkheden. Maar biedt ook de mogelijkheid om van taak of rol te wisselen en daar nieuwe energie uit te halen. We werken dus aan het lerarentekort door behoud van leraren en het beperken van de uitstroom.

Deze manier van organiseren zorgt voor een rustige loopbaanstart van nieuwe leerkrachten. Waarom moet een startende leerkracht hetzelfde kunnen als een leerkracht met 20 jaar ervaring? Door gevarieerde teams samen te stellen kunnen taken verdeeld worden. Zo kan een starter zich een tijd focussen op iets en dit echt goed onder de knie krijgen. Ook hier dus weer minder, maar beter. Ruimte en focus.

We zien ook andere interessante neveneffecten. De flexibiliteit van kinderen bijvoorbeeld. Vaak zie je, met name in groep 7 en 8, een bepaalde eenkennigheid waarbij ze vooral naar hun eigen leerkracht luisteren. Doordat kinderen bij ons in alle situaties met een onderwijzend team te maken hebben, is die eenkennigheid er niet meer. We zien daardoor positiever gedrag van deze groepen op bijvoorbeeld het schoolplein. Leren, werken en leven met verschillende mensen is een belangrijke vaardigheid die kinderen nodig hebben. Daar bereiden we ze dus op deze manier al op voor.

Daarnaast sturen we natuurlijk op werkplezier, dus we zijn blij met deze uitverkiezing. En het geeft vertrouwen in onze aanpak. We kunnen nu nog duidelijker met elkaar in gesprek met de vraag “wat kom jij hier brengen?”. Dat is samenwerken binnen erkende ongelijkheid.

Doordat er iemand gaat doorgroeien krijgen we nu een vacature. Bij het aannemen kunnen we het gesprek met kandidaten heel duidelijk laten gaan over hoe wij geloven dat het onderwijs ingericht moet zijn. De kans dat we daardoor iemand vinden die goed bij ons past, is dan groter. Wij willen echt weten: “waar ben jij van?” zodat we daar dan weer wat mee kunnen doen in ons team.

Heb je nog tips voor schoolleiders die ook willen werken aan het werkgeluk van hun leerkrachten?

Goed kijken en luisteren naar de mensen in je team. Toon menselijkheid, ga continue met elkaar in gesprek zodat je weet wat mensen bezig houdt. Zo blijf je steeds vanuit verschillende perspectieven naar de organisatie kijken. En wees transparant in wat je ziet en denkt. Ik probeer altijd zoveel mogelijk mijn verwondering uit te spreken en mensen te betrekken bij vraagstukken waarmee ik rondloop. Op die manier lukt het me een cultuur aan te moedigen waarin mensen kritisch mogen zijn en hun vraagtekens mogen zetten. Zo creëer je de ruimte om zaken ter discussie te stellen en geef je mensen de kans keuzes te maken die passen bij de focus die we met z’n allen hebben.

Verder lezen?

 

Je gebruikt een verouderde webbrowser

Deze website maakt gebruik van moderne technieken die niet worden ondersteund door jouw webbrowser. Update mijn webbrowser

×